Categorie: Geen categorie

Is je scriptiebegeleider een blok aan je been?

Is je scriptiebegeleider een blok aan je been?

Een scriptiebegeleider die constant zegt dat het niet goed is wat je doet. Niet meedenkt over hoe je wat jij voor ogen hebt kan laten slagen. Niet aangeeft wat je zou moeten veranderen. Of waarom het EXACT niet goed is wat je doet. Wel zelf een vaag alternatief idee heeft van wat je ook zou kunnen doen, maar dit dan weer niet dusdanig specificeert dat je hier ook op door zou kunnen pakken.

Scriptiebegeleiders op school of uni gaan niet voorkauwen hoe zij het precies aan zouden pakken wat zij voor ogen hebben. Sterker nog: ze delen niet eens met je wat zij voor ogen hebben, maar ze geven hints. Hopen dat je het begrijpt. Wat nogal gek gedacht is, want jij heb niet hetzelfde referentiekader en laat staan een rugzak vol onderzoekservaring waardoor je aan een half woord genoeg heb.

Als je docent weigert duidelijkheid te geven, het goedgekeurd krijgen van je onderzoeksplan een proces is geworden van meer dan acht weken dan is het tijd om te stoppen proberen te voldoen aan de vage verlangens van je docent en je eigen plan te trekken.

Uiteindelijk heb je een voldoende nodig.

Veel studenten die ik spreek, zeggen daarom dat ze dan juist moeten gaan doen wat de docent wil.

Ik kan het je al verklappen:

Je docent wil dat je een betrouwbaar onderzoek oplevert.

Een echt betrouwbaar onderzoek is nooit mogelijk. Je docent wil dus eigenlijk dat je in ieder geval aan een zekere norm van betrouwbaarheid voldoet.

Wat die norm is, kan hij niet zo goed zeggen. Er is speelruimte, maar hoeveel dat is niet bekend. Als het om een proefschrift gaat is er minder speelruimte dan bij een masterscriptie. Als het om een masterscriptie gaat, is er minder speelruimte dan bij een bachelorscriptie. Bij een wo bachelorscriptie is er vaak minder speelruimte dan bij een hbo bachelorscriptie.

Daar zit een vaagheid en daar loop je tegenaan. Er is echter ook iets wat wel 100% duidelijk is.

Ongeacht je onderwijsinstelling en opleidingsniveau: een kans op een voldoende heb je wanneer je een scriptiewerk oplevert met alle onderdelen van een scriptie erin.

Een voorwoord, een inhoudsopgave, een inleiding, een probleemstelling, onderzoeksvraag, een doelstelling, een theoretisch kader, een onderzoeksmethode, verzamelde data, geanalyseerde data, een resultaten hoofdstuk, conclusies, aanbevelingen, een APA-bronnenlijst en eventueel een reflectie en een product. De verplichte onderdelen staan beschreven in je scriptiehandleiding.

Zolang je niet een geheel hebt met deze onderdelen is het sowieso een onvoldoende. Ook dat is een 100% zekerheid die je hebt.

Heb je een geheel met alle onderdelen dan zal er beoordeeld worden. Dit gebeurt op basis van de criteria van het beoordelingsformulier. Deze vind je over het algemeen in de bijlage van je scriptiehandleiding/afstudeerhandleiding.

Wat is de realiteit van het beoordelingsformulier? Ieder scriptieonderdeel wordt afzonderlijk beoordeeld. Je krijgt punten voor het hebben van bepaalde elementen in ieder onderdeel. Dus een inleiding moet minimaal een aantal elementen bevatten. EN dan is er vaak een gewicht voor de kwaliteit voor ieder scriptieonderdeel. Je krijgt bijvoorbeeld meer punten voor je theoretisch kader wanneer je tenminste 5 recente bronnen uit wetenschappelijke internationale vaktijdschriften hebt gebruikt dan dat het er 2 zijn. Daarnaast krijg je vaak nog losse punten voor de spelling, een reflectieverslag en een verdediging of presentatie.

De andere zekerheid die je hebt, is dat je een 5,5 nodig hebt om het af te kunnen ronden.

Je kunt een eeuw met een docent bakkeleien over de manier van selecteren van respondenten, maar je kan ook beslissen: ik ga DEZE respondenten mijn interviewvragen stellen ondanks dat ik weet dat het resultaten op gaat leveren die niet optimaal betrouwbaar zijn.

Wetende dat dit zo zal zijn, tref ik die en die en die maatregel en breng ik deze en deze argumenten in ter verantwoording van mijn keuze. Want ik weet dat ik alleen met een dataverzameling invulling zal kunnen geven aan mijn resultaten- en conclusiehoofdstuk. Dus ik kom verder mét verzamelde data dan zonder verzamelde data.

Wetende dat het niet ideaal en optimaal betrouwbaar is, maar met ‘een invulling’ van mijn scriptieonderdelen is er een kans om een voldoende bij elkaar te sprokkelen en zonder invulling van de onderdelen is die kans er überhaupt niet.

Geen politieagent zou ooit kunnen expliciet zeggen dat je door rood licht mag rijden. Of dat hij het door de vingers zal zien als jij door rood licht rijdt.

Wetenschappelijk gezien kan een aspect van jouw plan niet deugdelijk zijn. Het is aan de docent om te waken voor de betrouwbaarheid en deugdelijkheid van je onderzoek. Dat is waar onderzoek over gaat. Dat is waar wetenschap over gaat.

Een docent kan onmogelijk zeggen dat je een niet zo’n goed idee mag gaan uitvoeren. Maar eenmaal uitgevoerd kan hij niets anders meer dan je bekeuren voor de steken die je hebt laten vallen.

Zoals in een wet kan staan dat door rood lopen bekeurd wordt met 100 euro en niet met 1000 euro, zo kan een niet goed onderbouwde selectie van respondenten een X aantal punten minder opleveren voor je methode. En ja, dit zal ook nog consequenties hebben voor je punten op resultaten, conclusie en aanbevelingen. Maar het kan niet maken dat je geen punten meer krijgt voor je bronnenlijst, theoretisch kader etc.

Wanneer je ook nog eens bewust kiest om eigenwijs te zijn en zo dus op alle denkbare manieren verantwoordt waarom je doet wat je doet en kritisch benoemt wat de consequenties zijn voor de betrouwbaarheid van je resultaten en deze dan ook bewust niet generaliseert…

Dan neem je in mijn ogen een aanvaardbaar risico. Je doet niet het ideale, maar dekt jezelf zo goed mogelijk in. Je weet dat je docent niet volledig achter je staat. Maar betekent dat automatisch dat je het nu niet gaat halen?

Er is een speelruimte. En de hele situatie is anders wanneer je beoordelaar een scriptie voor zich heeft met alle onderdelen van A tot Z en deze moet beoordeeld worden aan de hand van een onderwijsinstellingsformulier dan wanneer de docent een plan voor zich heeft waarin iets niet klopt en je vraagt hem vanuit zijn onderzoeksexpertise of je het mag uitvoeren.

Vergeet niet dat je docent uiteindelijk wil dat jij slaagt. Daar heeft hij/zij belang bij. En vergeet niet dat je docent ook door middel van een 5,5 aan kan geven dat je geen scriptieprijs verdient. Het hoeft niet automatisch een onvoldoende te worden als je geen gehoor geeft aan een advies dat je nooit begrepen hebt.

Als het uitloopt en uitloopt omdat jij geen helderheid hebt en je docent deze niet gaat geven, doorbreek de cirkel. Maak de keuze om tot de uitvoering over te gaan. Zorg dat je bij ieder scriptieonderdeel iets in kan vullen en benoem op verschillende plekken expliciet de beperkingen van je onderzoek en geef weer welke afwegingen ten grondslag liggen aan je (niet ideale) keuzes.

Eerder opstaan en productiever zijn **experiment**

Eerder opstaan en productiever zijn **experiment**

Ik wil een succesvolle business opbouwen en ik wil iedere dag tijd hebben voor wat belangrijk voor mij is. Een goede werkdag maken dus, maar ook: dagelijks kunnen sporten, wandelen in de natuur, tijd met mensen doorbrengen waar ik van hou. Voor het leven van mijn ideale dag heb ik een bepaalde hoeveelheid tijd nodig. Na even rekenen kwam ik erop uit dat alles mogelijk is, wanneer ik eerder mijn bed uit kom.

Met opstaan heb ik eigenlijk altijd moeite gehad, maar de laatste maanden ben ik volop aan het experimenteren geweest met een nieuw ritme voor betere prestaties. In dit artikel mijn bevindingen.

Maar eerst even het snooze-scenario waar ik dus vanaf wilde

Wekker gaat naast me. Ik voel een wakkerheid maar mijn automatisme is om op snooze te drukken en terug te gaan liggen. Ik ben binnen no-time weer aan het dromen. Ik snooze drie tot zes keer. Dan doe ik uiteindelijk mijn lampje aan. Ik drink water. Pak mijn opschrijfboekje en pen. Schrijf ongeveer een uur. Ga daarna nog even liggen voelen/mediteren. Schrijf weer wat. Lig weer wat. Val soms nog in slaap. En op een gegeven moment MOET ik eruit omdat: ik echt naar de wc moet of een afspraak heb.

Sidenote: dit snooze-scenario is al aanzienlijk beter ten opzichte van de tijd dat ik nog met een mobiele telefoon naast mijn bed sliep. Toen was het na lang snoozen mijn mobiel pakken en ‘mijn meest heldere geest’ vullen met nieuws en Facebook-posts. Omdat in de eerste uren na je ontwaken je probleemoplossend vermogen/creativiteit het grootst is, was ik in ieder geval al zover gekomen dat ik niet ging ‘consumeren’ maar creëren door te gaan schrijven.

Het ideale early bird-scenario waarmee ik geëxperimenteerd heb

Wekker gaat vanaf de vensterbank om 5.10 uur. Ik moet omhoog komen om het uit te zetten. Ik voel de automatische neiging om terug te gaan liggen. Ik blijf overeind zitten. Ik zeg tegen mijzelf: ‘Opstaan. Doe het. Doe het. Doe het. 3.2.1.’

Ik sta op. Mijn ogen zitten nog dicht geplakt. Ik gaap. Rek mij uit. Trek wat aan. Ga naar de wc. Naar de badkamer. Ik drink. Wanneer ik m’n tanden poets en wat water in mijn gezicht gooi denk ik: Yes, yes, yes, ik ben gewoon opgestaan! Inspiratie stroomt.

Ik maak thee in de keuken en neem iets te eten mee naar de bank. Daar schrijf ik. Ik hou een timer erbij. Na drie x 20 minuten rond ik af en eet ik. Dan verplaats ik mij naar de computer en werk ik een uur aan mijn belangrijkste taak.

Het opstaan zelf nader bekeken

Zodra de wekker gaat en je aarzelt om direct op te staan dan heb je nog zo’n 3 tot 5 seconden de tijd tot je brein de aarzeling beantwoordt met een goede reden om vooral NIET iets oncomfortabels te gaan doen. Door op je aarzeling te reageren met aftellen ‘5-4-3-2-1 raketlancering’ is het mogelijk om nog op te staan voordat je brein je van het idee heeft afgeholpen. Deze breinhack heb ik uit ‘The 5 second rule’ van Mel Robbins.

Daarnaast is het simpelweg een kwelling voor je brein om weer in slaap te vallen waarna de slaap naar een paar minuten weer verstoord wordt door de wekker. Mentaal is alles in werking gezet voor een nieuwe slaapcyclus maar je onderbreekt hem weer. En weer. En weer. Snoozen is volgens neurowetenschapper Els van der Ham dan ook ‘een marteling voor je hersenen’.

Wat ik leerde van direct zonder snoozen opstaan om 5.10 uur

– Je wordt pas wakker zodra je opstaat. Je hoeft je echt niet wakker of uitgerust te voelen voordat je opstaat. Je slaapoogjes verdwijnen vanzelf door aan de dag te beginnen. Blijven snoozen tot je je wakker genoeg voelt, heeft absoluut geen zin.

– Zodra je eenmaal naar de wc bent geweest, is de drempel heel laag om ook je tanden te poetsen, zodra je je tanden gepoetst hebt is de drempel heel laag om ook wat drinken te maken. Als de eerste actie gelukt is, lukt een hele reeks van acties. Dus ook als je bent opgestaan als een zombie.

– Je voelt je echt supergoed over jezelf wanneer je direct bent opgestaan. Je voelt je veel meer een productief mens die goed omgaat met haar tijd. Je hebt de neiging om je daar vervolgens ook naar te gedragen. Na zo’n goede start, is het leuk om ook die twee uur te werken (nog meer goed bezig), daarna voelt het ook weer super om naar de sportschool te gaan (nog meer goed bezig). Oftewel: het is veel makkelijker om een positieve spiraal te creëren.

– Zelfs als ik relatief weinig geslapen had en toch was opgestaan dan kon ik ook later op de dag de verleiding weerstaan om nog even in bed te gaan liggen. Ik voelde me dan veel meer gemotiveerd om dan toch iets anders te bedenken wat mij energie en meer voldoening zou geven. Ik kreeg dus opeens een superdrive om mijn positieve spiraal vast te houden.

– Na het snoozen voel je jezelf al snel wat meer een middelmatig iemand. De dag die je wilde hebben is al niet meer mogelijk. Het voelt daardoor makkelijker en ook als nodig om meer dingen net wat anders te doen dan hoe je het eigenlijk zou willen. Dan maar niet buiten wandelen? Sporten? Die twee uur werken aan mijn project?

Deze trucs helpen bij direct opstaan als de wekker gaat

– Het helpt enorm als je al (warme) kleding naast je bed hebt liggen zodat je eerste actie extreem makkelijk en zonder nadenken kan gebeuren. Daarnaast is de overgang qua warmte-kou wat minder heftig.

– Het helpt enorm als je van te voren weet wat je stappen zijn na het opstaan. Bij mij is dat dus aankleden, wc, tanden, drinken, schrijven, eten, werken. Ik heb gemerkt dat als ik mijn plan niet helemaal helder had en ik nog twijfels had om eerst te sporten en dan te werken of andersom dat het al moeizamer ging. Dan moest ik daar in bed na de wekker nog maar even over nadenken…

– Het helpt enorm om consequent een vaste tijd te hebben van slapen en opstaan. Ik ben gelijk voor een vrij extreem experiment gegaan, namelijk 5.10 uur opstaan en 23.10 slapen. De dagen dat het lukte, voelde het heel goed, maar de dagen waarop het niet lukte voelden gelijk heel slecht wat weer een negatieve spiraal met zich meebracht, waardoor ik soms zelfs weer in een nachtritme kwam.

Ook had ik de indruk dat 6 uur slaap wat weinig is, maar 1,5 uur eerder naar bed voelde voor mij niet als een optie omdat er gewoon ook sociale dingen zijn in de avond waar ik aan mee wil doen.

Nieuw experiment ‘een doorsnee-ritme’

Ik merkte dat ik bij mijn experiment van early-bird-ritme naar nachtritme schoot op de dagen waarop het niet gelukt was. En steeds veranderen van ritme is al helemaal niet bevorderend voor je energie en productiviteit.

Daarom doe ik nu een nieuw experiment. Het uitgangspunt is nu dat ik tevreden ben als ik het maximale uit mijn dag tussen 7.30 en 00.00 uur haal en dat ik daarna altijd nog kan groeien naar een echt early-bird-ritme. Iets wat de meeste echt succesvolle mensen hebben.

Want waarom hebben zoveel high achievers wel echt zo’n vroeg ritme? Ik heb diverse inspirerende filmpjes hierover gekeken en dit is wat steeds terug komt:

Omdat je vroeg in de ochtend het meest helder van geest bent, de minste afleiding hebt en omdat je zodra iedereen begint er al een halve werkdag op kunt hebben en dit geeft een enorm goed gevoel en daarmee ook weer een boost aan energie waardoor je nog meer kunt presteren.

Veel voordelen dus, maar het is wel oncomfortabel en het vraagt veel van mijn discipline en zelfleiderschap. Daarnaast heeft het sociale consequenties en je moet bereid zijn deze te aanvaarden.

Je moet bij een early-bird ritme ook echt vroeg naar bed en er is natuurlijk zat leuks te doen in de avond. Daarnaast werkt het het best als het echt een vast ritme is. Dus 7 dagen per week. Hierdoor kom je al gauw bij ieder feestje/uitje/filmavondje in de knoop. Je moet het zo graag willen dat je ook echt concessies wil doen in je sociale leven. Als je die bereidheid niet volledig hebt, werkt het nog niet.

Op dit moment ervaar ik al genoeg uitdagingen met een ritme van 7.30 uur tot 00.00 uur, maar ik moet bekennen dat het me beduidend beter afgaat dan 5.10 tot 23.00 uur en dat geeft voor nu al genoeg boost!

Hoe laat ga jij naar bed en hoe laat gaat de wekker (als deze al gaat)? En doe je dan snoozen of gelijk opstaan?

Onderwerp voor je scriptie kiezen met oog op asap afstuderen

Onderwerp voor je scriptie kiezen met oog op asap afstuderen

Als student liep ik vast met mijn masterscriptie waardoor ik twee jaar (!) vertraagde. Inmiddels ben ik scriptiebegeleider en heb ik tientallen studenten geholpen om zo snel mogelijk af te studeren. Steeds zie ik het weer fout gaan op dezelfde punten. Zonde. Studievertraging is echt niet nodig. Als je het jezelf maar makkelijk maakt. Hoe doe je dat? In deze artikelreeks deel ik hoe ik te werk zou gaan als ik nu een scriptie zou moeten schrijven en zo snel mogelijk wil afstuderen.

In dit artikel deel ik hoe ik te werk zou gaan bij het kiezen van een scriptieonderwerp. Mijn adviezen zijn lekker tegendraads en 100% gericht op asap afstuderen. 

Gemak verkiezen boven eigen interesse

Met je scriptie heb je eindelijk de vrijheid voor eigen inbreng en als je een beetje bent zoals ik, dan voelt het als de ultieme kans om eindelijk eens je eigen stempel te kunnen drukken binnen het onderwijs. Je eigen favoriete onderwerpen zijn nauwelijks aan bod gekomen binnen je opleiding, en nu zie je je kans om daar eens wat meer over in te brengen. Geen goed idee! Dat is wat ik nu zeg.

Zo zette ik mijn masterscriptie Nederlands met de specialisatie Taalbeheersing in het teken van consumentenpsychologie omdat daar binnen de opleiding nog veels te weinig mee gedaan was en in mijn ogen was dat nodig. Ik ging iets doen waar binnen mijn studie geen aandacht voor was geweest.

Ik had geen voorbeelden, geen basis om op terug te vallen, nauwelijks voorkennis, geen begeleider met voorkennis… Dus al met al was ik wel bezig met iets wat 100% mijn interesse had, maar ik was vanuit het ‘niets’ iets aan het bouwen en er was ook niemand die mij kon zeggen of ik inhoudelijk op de goede weg zat.

Een slimme strategie

Veel slimmer had ik het aangepakt met de afronding van een van mijn mastervakken waarvoor ik een paper moest schrijven. De docent van het vak had zelf een proefschrift geschreven over inleidingsfuncties in ‘de eerste minuten’ van toespraken. Dat proefschrift was inmiddels 10 jaar oud, en wat deed ik, ik schreef een paper over  inleidingsfuncties in ‘de eerste minuten’ van toespraken maar dan ’10 jaar later’. Dus ik zocht uit of de inleidingsfuncties die 10 jaar geleden het meest voorkwamen 10 jaar later nog steeds het meest voorkwamen of dat er eerste tekenen van veranderingen zichtbaar waren.

Ik volgde gewoon de stappen na die mijn docent al een keer had gezet en paste het toe op nieuw bronmateriaal. Hoefde nauwelijks zelf na te denken, kwam toch met een interessant resultaat en ik scoorde een 7,5. Echt moeiteloos ging dat!

Had ik zelf enige interesse in de inleidingsfuncties in toespraken? Nee. Had ik liever iets gedaan waar ik wel enthousiast over was geweest? Nee, want het had mij veel meer moeite gekost en ik wilde mijn vak halen. Niet een verschil maken. Dat zou ik wel doen met mijn scriptie… (en achteraf zou ik dat dus ook NIET meer doen met mijn scriptie!!!).

Als ik echt snel zou willen afstuderen dan zou ik er weer voor kiezen om een goed onderzoek na te volgen en daar een variant op te doen.

Voorbeelden van varianten op een onderzoek zodat je het jezelf echt gemakkelijk maakt

– Een onderzoek naar de inleiding van toespraken, kan je omzetten naar een goed onderzoek naar het slot van toespraken.
– Een onderzoek waarbij een bepaald corpus teksten is geanalyseerd, kan je omzetten naar een onderzoek waarbij een ander corpus teksten wordt geanalyseerd.
– Een onderzoek naar de beweegredenen van consumenten om voor X te kiezen, kan je omzetten naar een onderzoek naar de beweegredenen van consumenten om voor Y te kiezen.
– Een onderzoek naar het op de markt brengen van product X voor bedrijf Y, kan je omzetten naar een onderzoek naar het op de markt brengen van product X voor bedrijf Z.
– Een onderzoek naar het gebruik van Facebook door doelgroep Y kan je omzetten naar een onderzoek naar het gebruik van Instagram door doelgroep Y.
– Een onderzoek naar het gebruik van Facebook door doelgroep Y kan je omzetten naar een onderzoek naar het gebruik van Facebook door doelgroep Z.

Als je jezelf ergens een plezier mee kunt doen, is dat als je kiest voor een variant op een bestaand, goed uitgevoerd, onderzoek.

Wat je dan kunt afkijken is:

– De structuur
– De manier van verantwoorden
– De stappen die doorlopen zijn
– Hoe de onderzoeksmethode is opgebouwd
– Hoe de onderzoeksmethode is verantwoord
– Hoe de resultaten zijn weergegeven: hoe uitgebreid, hoe opgebouwd, hoe is de weergave van tabellen aangepakt?
– Wat de aard is van de conclusies: wat voor zinnen, wat voor strekking?

Je hoeft dan alleen creatief te zijn in de aanleiding: waarbij je met een betere reden moet komen waarom je onderzocht hebt wat je onderzocht hebt dan dat je het jezelf zo makkelijk mogelijk wilde maken. Dat kan ik wel aan jou overlaten toch, met je creatieve brein? (Zo niet, vraag een gratis sessie aan)

Deze manier van aanpakken is GEEN plagiaat! Het is veel meer dat je een voorbeeld neemt aan de structuren, de type beslissingen, de type argumenten van zo’n voorbeeldonderzoek. Inhoudelijk vul je het zelf in. Dus vrees niet, en maak het jezelf gemakkelijk!

Hoe kom je aan goede voorbeelden?

– Je kan het proefschrift erbij zoeken van iemand uit jouw vakgebied. Een proefschrift bestaat vaak uit een reeks onderzoeken en je kan dan een van die onderzoeken navolgen. Proefschriften zijn in boekvorm uitgegeven.
– Je kan een wetenschappelijk artikel kiezen over iets dat je aanspreekt (vaak te vinden in vakbladen). Dat artikel is vaak een verkorte weergave van een compleet onderzoek, soms zelfs een scriptie. Je zoekt dan het oorspronkelijke onderzoek erbij en volgt deze na.

Het is niet altijd een goed idee om een andere scriptie na te volgen. Het navolgen van een andere scriptie als voorbeeld kan wat haken en ogen kennen. In veel voldoende beoordeelde scripties zitten elementen die niet logisch/compleet/correct zijn. Je hebt een kritische blik nodig om het kaf echt goed van het koren te kunnen scheiden. Zelfs de hoogte van het eindcijfer is niet altijd de beste indicator. In veel scripties zitten stukken die totaal niet to-the-point zijn. Als je dit dan gaat navolgen dan sta je met je mond vol tanden wanneer er gevraagd wordt waarom je iets op die manier hebt aangepakt.

Je doet er goed aan om als startpunt een onderzoeksartikel te kiezen. Onderzoeksartikelen vind je via Google scholar, in vaktijdschriften (vaak in de bibliotheek op school of in de UB), in bundels jaargangen van vaktijdschriften (ook aanwezig in bieb of UB) en natuurlijk zul je voor een aantal colleges ook onderzoeksartikelen geprint hebben en vind je dus al relevant bronmateriaal bij jou thuis ergens tussen de papierbende 😉

 

Heey, wil jij supersnel opstarten met je scriptie? Ik kan je al met 6 uurtjes begeleiding volledig op koers helpen. Interesse? Klik dan verder voor meer info.

Een scriptiebegeleider kiezen met de juiste vibe

Een scriptiebegeleider kiezen met de juiste vibe

Als student liep ik vast met mijn masterscriptie waardoor ik twee jaar (!) vertraagde. Inmiddels ben ik scriptiebegeleider en heb ik tientallen studenten geholpen om zo snel mogelijk af te studeren. Steeds zie ik het weer fout gaan op dezelfde punten. Zonde. Studievertraging is echt niet nodig. Als je het jezelf maar makkelijk maakt. Hoe doe je dat?

In deze blogserie deel ik hoe ik te werk zou gaan als ik nu een scriptie zou moeten schrijven en zou focussen op zo snel mogelijk afstuderen. In dit artikel deel ik je het allerbelangrijkste om op te letten als je zelf een begeleider mag kiezen.

Wat doet een persoon met jou?

Niet altijd mag je zelf een begeleider kiezen/vragen, maar soms wel. De neiging die we dan hebben, is te kijken naar de expertise van de desbetreffende docent. Logisch natuurlijk als jouw onderwerp aansluit op de achtergrond van de docent, maar als er iets is waar je echt profijt van hebt bij zo snel mogelijk afstuderen dan is dat NIET de expertise van je docent. Het is wat de energie van de desbetreffende docent met jou doet (en andersom).

Mijn stagebegeleider versus mijn scriptiebegeleider

In mijn master deed ik een stage en ik weet niet eens hoe het kan: maar ik had niet de begeleidende docent met de meeste expertise op mijn onderzoeksonderwerp.

Ik weet nog dat ik op een gegeven moment bij hem in zijn werkkamer zat en dat ik zo erg vrij zat te grappen en te ‘je-en’ en ‘jij-en’ dat ik mij opeens afvroeg: ‘OMG, ik zit hier wel met een docent, is dit wel gepast?’ Het fijne was dat ik het ook gelijk uit kon spreken en dat het oké was.

Ik voelde me op mijn gemak bij deze persoon en ik voelde dat ik echt kon delen wat ik wilde over mijn stage zonder voorzichtig en politiek correct te zijn. Het contact over mail en in real life verliep voorspoedig en ik sloot mijn masterstage precies op de geplande dag af met een 8,5.

Ik moet meteen bekennen dat het hebben van een vast ritme tijdens de stageweken en een toffe stageplek ook echt meespeelden, maar toch: het goede contact met mijn docent was ook zeker een van de succesfactoren. En dit is wat ik achteraf pas in zag.

Mijn scriptiebegeleider

Voor de masterscriptie die ik daarna schreef, koos ik wel de docent met de meeste expertise op mijn onderwerp. Om hem hing meer een vibe van autoriteit, status. Ik wist nooit of ik nou ‘u’ of ‘jij’ moest zeggen en ik voelde mij ook niet helemaal comfortabel om dat te vragen. Al die afspraken waarbij ik niet wist wat voor houding ik moest aannemen tegenover deze docent was ik super zelfbewust. Ik verlangde naar een ‘informele vibe’ maar mijn indruk was dat deze docent een ‘professionele vibe’ prefereerde.

Deze docent had zeker het beste met mij voor en er was ook wel ‘iets’ van een wederzijdse waardering, maar tegelijkertijd was er ook ‘iets’ van een geslotenheid waardoor we van elkaar nooit echt volledige hoogte hadden. Zeker toen ik vertraagde en nog meer vertraagde was het lastig.

Ik voelde mij schuldig naar mijn docent over alles wat ik niet voor elkaar kreeg, maar ik durfde dat ook niet uit te spreken. Ik vreesde dat hij een hekel zou hebben aan het begeleiden van mij omdat ik niet opschoot, maar ik durfde het niet te vragen en ik kreeg ook geen openheid. Tenminste, het bleef zakelijk en ik dacht maar: ‘Wat denkt hij nou echt over deze gang van zaken met mij?’

Van de joviale persoon die ik kon zijn, had deze docent geen weet. Hij had het te doen met mijn onzekere, zelfbewuste en perfectionistische kanten.

Hoe weet je of een scriptiebegeleider het beste in je naar boven haalt?

Je wil een docent met de juiste vibe voor jou. Hoe weet je of een docent de juiste voor je is:

  • Als je in gesprek bent met deze docent heb je het gevoel dat je jezelf vrijelijk kunt uiten. Je voelt je niet bezwaard om iets te zeggen en neemt je ruimte in.
  • Nadat je in gesprek bent geweest, voel je dat je qua energie een boost hebt gekregen. Je voelt je sociaal, communicatief en als iemand je nu om hulp zou vragen bij iets dan zou je daar de energie voor hebben.
  • Je voelt je dankbaar over de waarde die de docent aan jou levert. Je hebt het idee dat je niet alleen een antwoord krijgt op jou vragen, maar dat je docent ook nog net wat verder denkt en met extra tips/aanwijzingen komt waarvan je inziet dat ze waarde hebben voor jou.

Niet de juiste scriptiebegeleider

  • Als je een afspraak met deze docent hebt, ben je afwachtend. Je kijkt de kat uit de boom. Kijkt eerst maar eens aan wat hij/zij te zeggen heeft en op het eind probeer je alsnog jouw vragen te stellen, maar je merkt al dat het er een beetje twijfelachtig uitkomt.
  • Nadat je een gesprek hebt gehad voel je je leeggelopen qua energie. Je bent gespannen geweest, voelt soms wel opluchting dat het weer voorbij is en dat het meeviel en je hebt ook bruikbare punten waar je mee verder kan maar je moet nu echt even bijtanken. Als iemand je in deze staat om hulp zou vragen, zou je zoiets hebben van: ‘nu even niet’.
  • Na het gesprek vraag je jezelf af of je nou wel echt een antwoord hebt gekregen op je vragen. Je hebt ze wel gesteld en je kreeg ook antwoorden. Maar je bent weggegaan met een gevoel dat jezelf nog maar even je aantekeningen op een rijtje moet zetten.

Een goede communicatie met je scriptiebegeleider is cruciaal in een afstudeertraject. Hoe meer jij de leiding durft te nemen in het gesprek en je scriptiebegeleider durft aan te sturen zodat jij krijgt wat jij nodig hebt, hoe beter het is voor jou. Daarom moet je ook kiezen voor iemand waarbij je je vrij/ontspannen/op je gemak voelt.

Liever iemand die geen expert is op jouw onderwerp maar waarbij je je wel ontspannen voelt dan iemand die wel een expert is maar waarbij je je onzeker voelt.

Ik vind het werken met de juiste scriptiebegeleider zo belangrijk dat ik zelfs bereid zou zijn om concessies te doen qua onderwerp als ik dan een begeleider zou hebben bij wie ik mij ontspannen voel.

Daarbij: scriptiebegeleiders mogen toch nauwelijks inhoudelijke tips geven, dus iedere scriptiebegeleider met de juiste vibe is geschikt om jouw afstudeertraject te begeleiden. Met die autoritaire expert doe je dan wel een los interview als het nodig is.

In het volgende artikel in deze serie deel ik hoe je het jezelf zo makkelijk mogelijk kan maken bij het kiezen van een onderwerp voor je scriptie.

Direct meer tips ontvangen voor bij je afstuderen? Vraag hier mijn gratis e-book aan.

De absolute eerste stap waar iedere student mee zou moeten beginnen

De absolute eerste stap waar iedere student mee zou moeten beginnen

Als student liep ik vast met mijn masterscriptie waardoor ik twee jaar (!) vertraagde. Inmiddels ben ik scriptiebegeleider en heb ik tientallen studenten geholpen om zo snel mogelijk af te studeren. Steeds zie ik het weer fout gaan op dezelfde punten. Zonde. Studievertraging is echt niet nodig. Als je het jezelf maar makkelijk maakt. Hoe doe je dat? In deze blogserie deel ik hoe ik te werk zou gaan als ik nu een scriptie zou moeten schrijven en daarbij focus op het doel: zo snel mogelijk afstuderen. In dit artikel deel ik de absolute eerste stap waar iedereen mee zou moeten beginnen.

Zoek uit wat de bedoeling is

Begin met de eindcriteria helder in zicht. Bekentenis: toen ik zelf vast liep met mijn scriptie heb ik de eindcriteria nooit bekeken. Achteraf kwam ik erachter:

– dat ik een oplossing ‘gecreëerd’ had terwijl het ‘eindresultaat’ van mijn WO-scriptie geen product mocht zijn

– dat ik een multidisciplinair onderzoek gedaan had terwijl bij de beoordeling juist gekeken werd of je het klein en specifiek gehouden had

– dat mijn scriptie teveel woorden had en dat het aantal woorden een absolute harde eis was, waardoor hij bij voorbaat al afgekeurd werd

Je voorkomt gedoe en teleurstellingen als je begint met het in kaart brengen van je opleidingseisen. Je vindt ze over het algemeen in de studiegids maar soms heeft je opleiding ook een specifieke afstudeerhandleiding.

Ondanks dat een onderzoek bestaat uit vaste stappen, verschillen de eisen per opleiding en per onderwijsinstantie. Soms is het opleveren van een product het belangrijkste. Soms gaat het echt om het onderzoeksverslag. Soms moet je een artikel opleveren, soms een ‘traditionele’ scriptie. Soms mag het geheel slechts vijftien pagina’s zijn. Soms worden er al vier pagina’s verwacht voor het conclusiehoofdstuk. Soms moet je een reflectie schrijven die mee telt. Soms telt een verdediging of eindpresentatie mee in je eindcijfer.

Waar je op let bij het checken van de opleidingseisen:

– Wat voor soort eindproduct moet ik opleveren?

– Wat zijn opvallende criteria om rekening mee te houden? Welke specifieke elementen moeten er van mijn opleiding in die ik niet verwacht had?

– Wat zijn de ‘dingen’ die beoordeeld worden en waar mijn eindcijfer dus op gebaseerd zal worden?

– Wie beoordeelt straks mijn scriptie?

Overige tips in deze context:

– Neem de handleiding een keer van A tot Z door, bekijk dus niet alleen de opleidingseisen in het beoordelingsformulier. Je vindt in de handleiding vaak meer context van wat de bedoeling is en er staan vaak extra aanwijzingen over wat er precies van je verwacht wordt en waarom.

– Noteer ‘eisen’/’criteria’ met eventuele aanvullende opmerkingen in een document terwijl je de boel doorneemt. Zo hoef je het later niet nog een keer door te nemen en ontstaat er een checklist van enkele A4-tjes waar je op kunt terug vallen.

– Check of wat je leest helder is. Begrijp je wat de eisen zijn, of zijn er toch nog bepaalde punten vaag? Goed dat je de handleiding bestudeert, heb je meteen een aantal eerste goede vragen om te stellen aan je scriptiebegeleider 😉

– Zijn er nog aanvullende documenten met extra tips over wat er van je verwacht wordt? Sommige opleidingen hebben bijvoorbeeld een schrijfwijzer waarin precies staat hoe je bepaalde scriptieonderdelen moet formuleren, soms is er nog een aanvullende checklist, soms heb je ook nog PowerPoints van colleges over onderzoeksmethoden waaruit je kunt afleiden waar bepaalde onderdelen nou echt aan moeten voldoen. Denk bijvoorbeeld aan de uitleg over een conceptueel model, welke onderzoeksvragen wel of niet geschikt zijn.

Hoeveel tijd investeer je hierin?

Uitzoeken wat de bedoeling is en je verdiepen in de opleidingseisen is iets waar je rustig 3-5 uur voor mag uit trekken. Het is je tijd meer dan waard, want je kunt geen betere start hebben dan begrijpen wat de bedoeling is en weten waar het eindproduct aan moet voldoen. Het is toch logisch dat als je begint met een concreet einddoel voor ogen dat je dan de beslissingen kunt nemen die je daar brengen en dat je zonder duidelijke richting verdwaalt?

In de volgende blog ga ik het hebben over hoe het kiezen van de juiste scriptiebegeleider eraan bij kan dragen dat je zo snel mogelijk afstudeert.

Direct meer tips ontvangen voor bij je afstuderen? Vraag hier mijn gratis e-book aan.

Als je het zo bekijkt, is afstuderen heel anders

Als je het zo bekijkt, is afstuderen heel anders

Je scriptie is een groot werkstuk. Omvangrijk. Ja. Complex. Ja. Veel nieuwe dingen waar je weinig ervaring mee hebt. Ja.

Weet wel dat je na je scriptie ofwel aan de slag gaat als ondernemer. En guess what: een zee van vrijheid en deze keer ZONDER deadlines waarin je jezelf mag gaan managen en zorgen dat je succesvol wordt.

Read More Read More

Gelukkig afgestudeerd

“Het is gewoon allemaal super vloeiend en vlekkeloos verlopen. In mijn eentje was het echt niet gelukt. Ik had het hele overzicht niet. Jij hebt het allemaal logisch neergezet en heel die planning die je doorstuurde en die terugkoppeling was superfijn”

Nour, Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Lees het hele interview met Nour + de ervaringen van anderen

Gelukkig afgestudeerd

Suus steekt veel tijd, moeite en energie in het begeleiden van zowel jouw scriptie als jezelf. Ze houdt rekening met jou als persoon en kijkt waar jouw krachten en jouw valkuilen liggen. Vanuit deze basis maakt zij een werkschema en geeft ze duidelijke en concrete feedback.

Bas, Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Lees de hele review van Bas + de ervaringen van anderen

Gratis e-book

Mag ik je de weg wijzen?

* indicates required